Reis | Peru

PeruReisverslag Peru 2014

Dag 1 Amsterdam – Lima 
Huis schoon, hond bij de oppas en vervoer naar Schiphol in aantocht; wij stonden klaar voor de reis. Deze ging naar een continent waar we nog niet waren geweest; Zuid-Amerika. Het land was Peru. We hadden er veel over gelezen en een mooie reis uitgestippeld en vastgelegd, maar stonden toen pas op het punt om het echt ervaren.
Het vliegtuig in komen ging niet zo soepel. Een medewerker raadde ons aan, in verband met een lange rij, de andere slurf te nemen (dat het een groot vliegtuig is; was ons al duidelijk geworden), waardoor we in het vliegtuig zelf op tegenliggers stuitten. Daar zijn de gangpaden niet op berekend. Uiteindelijk bleek toen we op onze plek zaten, dat er een meevaller was. Het vliegtuig was niet vol en we beschikten met zijn tweeën over vier stoelen. Hierdoor kwamen we de 12,5uur durende reis met behulp van vier films, goed door. Op het vliegveld van Lima wachtte Jonathan ons op en op weg naar ons hotel hoorden we de eerste ins en outs over Peru (typisch eten en drinken etc.) en zagen we vanuit de autoramen het typische Peruaanse verkeer; toeteren en als het net aan past, dan past het dus.
In het hotel aten we wat in het restaurant, voor ons gevoel ver na middennacht door het tijdverschil van 7 uur, en vielen uitgeput van de reis in slaap.

Dag 2 Lima
De volgende dag maakten we echt kennis met Lima en dan vooral met de wijk Miraflores. Voetgangers en zebrapaden zijn onzichtbaar voor het verkeer. Het duurde even voor we genoeg geld hadden, want de pinautomaten gaven maar mondjesmaat geld. Misschien uit veiligheidsoverwegingen, want overal stonden beveiligers bij. We belden naar de paraglide-organisatie over onze ‘vlucht’, maar die kon ’s middags pas vertellen of het door kon gaan i.v.m. de wind.
Bij het grootste park van Miraflores namen we een toeristenbus en zagen zo in een uurtje een groot deel van de wijk, waaronder de mooi aangelegde parkboulevard bovenaan de steile rotsen aan zee. Hier liepen we daarna naar toe en lunchten bij een tentje waarbij de ober zich netjes kwam voorstellen. Er was een heel winkelcentrum in de rotsen uitgehakt, maar de prijzen waren helaas niet zo laag als gehoopt. We liepen nog wat meer rond en daalden af om de zee van dichtbij te bekijken. Er waren heel veel surfers. Ineens zagen we boven ons hoofd een paraglider. Daarna kwamen ze steeds vaker van de rotsen afgezeild. De wind was blijkbaar goed. We liepen naar het vertrekpunt en daar stond Jonathan. Er stond een rij, maar ik mocht meteen en voor ik het goed en wel door had, werd ik helemaal vastgeklikt en zat er een man, parachute en zitzak aan me vast. Geen tijd om nerveus te worden. De parachute ging in de lucht, maar er gebeurde niets. Te weinig wind. Ik moest wachten en werd losgekoppeld. Een andere instructeur wilde Marco meenemen, maar dat vonden wij vreemd, want was er voor hem wel genoeg wind? Er ontstond wat discussie en wij wilden liever even wachten tot er genoeg wind was en iedereen weer de lucht in kon. Na een minuut of tien gingen we dan toch, vlak na elkaar. Mijn gespen werden een paar keer gecontroleerd door verschillende mensen en dat stelde me wel gerust. Even rennen en dan voetjes van de vloer. Ik vlieg! Onder me veranderde het grasveldje in een afgrond en ik vond het niet eens eng. Ik voelde me een vogel toen we over het water vlogen en over de hoge hotels en flatgebouwen. Het was heerlijk stil in de lucht. Alleen het geluid van de zee en de wind. Na een kwartiertje kwam ik uit mijn roes en landde weer rustig op het veldje, zonder de zitzak onder me nodig te hebben gehad.
Die avond proefden we onze eerste pisco sour, het drankje van Peru. Het was happy hour in het restaurant, dus ik proefde ook meteen de tweede, sterk maar lekker, waardoor het weer een goede nacht werd.

Dag 3 Lima – Paracas
Nog voor de wekker om 5 uur ging, was ik al wakker. En onze grote vriend Jonathan stond al voor de afgesproken tijd van 6 uur bij de receptie. Dat beeld dat Peruanen het niet zo nauw nemen met de tijd, bleek dus andersom uitgelegd te kunnen worden. De wegen waren bijna leeg. Op het busstation moesten we eerst onze vouchers inwisselen voor bus tickets en niet lang daarna stapten we de eerste Cruz del Sur bus van onze reis in. We verbaasden ons over de luxe en de ruimte. Bij elke stoel had je een beenbankje, kussentje en deken, drinkhoudertjes en stoelen die behoorlijk ver naar achter konden. Er werd een introductievideo afgespeeld die ons onder andere leerde dat de toiletten in de bus alleen voor urineren waren. Kortom; je moest de stewardess roepen als je moest poepen. We kregen een prima te eten ontbijtje en keken naar twee films. De weg was bijna leeg. Alsof we alleen door de woestijn reden. We hadden geen idee of we al in Paracas waren, want alles werd in het Spaans omgeroepen, maar na 4 uur stapten we uit bij een klein rieten gebouwtje (eerder een paar schotjes en een dak) wat door moest gaan voor busstation. Onze nieuwe ‘reisleider’ begon in de auto alles in sneltreinvaart te vertellen. Waarom bleek toen we nog geen twee minuten later al bij ons hotel waren. Vrijwel tegenover het busstation.
De lunch was inclusief en het bleek drie gangen te zijn. De ober probeerde ons te vertellen wat het was, maar Engels zat niet in zijn talenpakket, dus moest er iemand bijkomen om het te vertellen. Gelukkig maar, want een groot deel zou vis zijn. We zaten tenslotte aan zee. Na met moeite het grootste deel van de drie gangen naar binnen gewerkt te hebben konden we eindelijk plaats nemen aan het zwembad waar we de hele tijd verlangend naar hadden gekeken. Zo genoten we van een heerlijke rustige middag in en aan het zwembad met als enige gezelschap een groep meeuwen en flesjes cusquena bier in een koeler met ijs. Fijn om even te acclimatiseren. De zonsondergang die volgde was prachtig.
Het diner was wederom drie gangen, maar de dame die ons bediende kon ons gelukkig wel in het Engels uitleggen, wat we zouden eten. En zo brachten we de avond door onder romantisch tl-licht.
Nadat onze buren (waarom buren in een bijna uitgestorven hotel, vroegen we ons af) één of ander alarm twee keer uitgetest hadden, konden we van het super brede luxe bed genieten.

Dag 4 Paracas -Huachachina 
We werden voor de excursie bij ons hotel opgehaald, maar lopend, want de boot vertrok een paar blokken verder vanaf een heel toeristische boulevard. Voor we de boot op gingen moesten we in een rij gaan staan en moesten we nog belasting betalen van 18 sol. We hadden helaas geen kleingeld en daarom konden wij even later een ander kaartje kopen van 15 sol. Heel vreemd, maar we kwamen in ieder geval op de boot. De boottocht ging eerst langs een tekening in de woestijnwand. Hij was het bekendst onder de naam kandelaar, maar er gingen ook andere verhalen in het rond. Namelijk dat het een teken van de vrijmetselaars zou zijn, een oriëntatiepunt voor scheepsvaart of een cactus uit de Nazca religie. Niet veel later kwamen we bij de echte Ballestas eilanden aan. Het stonk er behoorlijk, waarschijnlijk het gevolg van het grootste export product van deze rotsige eilandjes; Guana, oftewel vogelpoep. De rotspartijen waren schitterend om te zien en het zag zwart van de vogels, ruziënde zeeleeuwen en zelfs pinguïns. Onze gids vroeg ons na de boottocht bij een cafétje (waar hij ongetwijfeld provisie van kreeg) te wachten op de volgende excursie. In een klein, vol busje bezochten we het National Reserve; een rotsachtige woestijn met mooie uitzichtpunten over zee. We moesten even wennen aan het landschap; zo ver je kijkt helemaal niets, maar zagen al snel de schoonheid hiervan in. In dit park waren ook heel veel oude fossielen gevonden. We gingen lunchen bij een klein haventje en  kregen in de bus al min of meer verteld bij welk lunchtentje, wat de toesnellende propper voor het andere restaurantje behoorlijk teleurstelde. Na nog wat mooie foto’s gemaakt te hebben en onze reisplannen doorgenomen te hebben met een Belgisch stel in het busje, kwamen we weer terug bij het hotel. We konden nog even bij het zwembad relaxen voor we werden opgepikt voor de gigantische rit naar het busstation. De bus bracht ons in een uurtje naar Ica. Daar was nog wat gedoe met de bagage, omdat we onze bonnetjes niet konden vinden, maar uiteindelijk stapten we in ons vervoer naar het hotel. De gids begon ons excursies aan te raden die we al inclusief geboekt hadden. Wellicht hoopte hij dat we dat niet door hadden? Het hotel zag er in eerste instantie niet top uit, maar had wel een leuk zwembad en was vlakbij de Oase, waar het in Huachachina allemaal om draait. Het werd al snel duidelijk dat hier veel toeristen komen, aangezien de ober behoorlijk wat Nederlandse woordjes kende. Genietend van een pisco sour keken we naar de vele straathonden en de donkere woestijn.

Dag 5 Huacachina
De straathonden hielden me regelmatig met hun geblaf wakker, waarna de schoonmaak van het zwembad naast onze kamerdeur begon. We waren dus ruim op tijd voor het ontbijt. Het leek even of het een bewolkte dag zou zijn, maar dat ging gelukkig snel over en het was pats boem; warm. Om negen uur vroegen we bij de receptie wanneer onze excursies gepland waren. De stadstour stond om negen uur gepland hoorden we. Snel even spullen pakken en we konden mee met de gids Willy. Zijn broer reed de andere deelnemers; een Canadees stel en Britse vriendinnen die alle vier alles ‘absolutely great’ bleken te vinden, wat mij weer wees op hoe nuchter Hollanders zijn. Het ‘City’-deel van de tour bleek het rijden door het centrum van Ica te zijn. We stopten nergens, maar ik vond het niet erg, want we kregen zo ook best een indruk van de stad. We reden door naar het belangrijkste deel van de excursie; wijn en pisco. Bij een prachtige wijn estate kregen we een rondleiding over het hele terrein over hoe de wijn vroeger en nu gemaakt werd. Daarna gingen we proeven. Meteen werd duidelijk dat de wijnen niet van het niveau Zuid-Afrika of buurland Chili waren, hoewel de Britse en Canadese excursiegenoten alles ‘tasty’ vonden. Na een kort showtje van een man op een paard reden we naar de volgende plek. Onderweg nam Willy een liftster mee, Julia, die in een discotheek werkte en daar elke dag lopend naartoe ging. Hij scoorde meteen ook haar nummer. Bij de volgende traditionele piscomakerij was de gids van de wijnboer druk bezig met een groep, waarop Willy ons zelf maar de rondleiding gaf en op hilarisch wijze liet zien hoe de druiven worden gestampt met een traditionele dans. Toen ging zijn telefoon en Willy zei dat het zijn vrouw was toen hij hem wegdrukte. ‘Niet Julia?’ vroegen we, waar hij wel om kon lachen. Inmiddels hadden we geleerd dat van het uiteindelijke product de kop en de staart werd weggegooid en het middelste deel de echte pisco was. We gingen een klein keldertje binnen, waar een opgedofte presentatrice stond en een camera. Voor de lokale media werden we gevraagd om een slokje te drinken uit het genoemde afval van de Pisco. Toen ik mijn lippen aan het glas zette, sprongen de tranen al in mijn ogen en het slokje brandde nog lang na. Niet zo gek met 70% alcohol. Gelukkig konden we de Canadese vent ervan weerhouden om het hele glas leeg te drinken. Daarna gingen we verschillende pisco’s proeven. Nadat Willy ons al voor de 5e keer een glaasje had gegeven met weer een andere kleur, sloeg ik even over. Om bij de volgende toch weer verder te gaan. Gek genoeg bleef ik erg helder. Nog één wijnproeverij te gaan, maar daar hadden we nog maar tien minuten zei Willy. Het was meer een museum dan wijnboer, maar wel leuk voor de foto’s. Op de terugweg pikte Willy weer iemand op.
Terug in het hotel lunchten we met onze excursiegenoten en hingen aan het zwembad tot het tijd was voor onze Sand buggy excursie. Om vijf uur klommen we de Sand buggy in en klikten onze riemen vast net als 7 andere toeristen en de chauffeur. We hadden het al snel door; dit is een echte attractie. We crosten de woestijn in en vlogen over de zandheuvels tot we bijna dachten dat het mis ging, waarna de chauffeur het stuur omdraaide en we naar beneden denderden. Het was net een achtbaan en iedereen vond het prachtig en gilde er op los. Na een kwartiertje crossen, stopten we bovenaan een steile heuvel. De sandboards (snowboards, maar dan net ff anders) werden uit de buggy getild. Eén voor  één legde de chauffeur ons uit hoe we erop moesten liggen, of voor de durfal, staan, en werden we de heuvel afgeduwd. Het eerste stukje was net alsof je recht naar beneden ging, maar al snel werd je door het zand afgeremd. De punten van je voeten kon je gebruiken om af te remmen en dat deed ik dan ook maar, maar toen was ik jammer genoeg wel weer snel uitgegleden. De volgende heuvel konden we zelf opklimmen en er aan de andere kant weer afglijden. Mond dicht en gaan. Heel erg leuk, alleen kun je wel het zand uit alle hoeken en gaten van kleding en lichaam halen. Een zonnebril bleek ook geen overbodige luxe. We klommen weer in de buggy voor een nieuwe helse, maar leuke rit. Ik wilde gillen, maar bedacht me net op tijd, dat ik mijn mond dicht moest houden. De zon ging bijna onder en de buggy bracht ons naar een punt waar we een prachtig uitzicht hadden. De woestijn met zandheuvels zo ver je kon kijken was al prachtig, maar in het oranje licht van de ondergaande zon had het iets magisch. Uiteraard maakten we hier prachtige foto’s. Er was een gezin mee, waarvan wij ook een hele fotosessie hebben gemaakt. We konden wel eindeloos genieten en daar blijven, maar in het pikkedonker de weg terug door de woestijn vinden leek ons geen optie, dus stapten we weer in de buggy. De laatste stop was bij een hoog punt met zicht op de oase waar we ook verbleven. Ook erg mooi om dat in de schemering te zien. Helaas waren er nog zo’n twintig buggy-excursies die op datzelfde punt de laatste stop hadden. Na een geweldige ervaring namen we een heerlijk Kristal biertje terwijl we al het zand probeerden uit te kloppen.

Dag 6 Huacachina – Nazca
Op de vroege ochtend rond zonsopgang werd ik wakker van de honden. Dit keer leek het alsof er twee groepen honden een musical van de west side story aan het opvoeren waren. Het geblaf was oorverdovend. Na het ontbijt liepen we een rondje om het meer en nog even de woestijn heuvel op, wat al gauw heel zwaar werd. We konden nog even bij het zwembad liggen en twijfelden serieus of we nog een keer de buggytour zouden doen. De man die ons ophaalde om naar het busstation te gaan legde in het Spaans uit dat we waarschijnlijk de verkeerde citytour hadden gehad, maar we hadden het prima naar ons zin gehad.
In de bus was het heel rustig waardoor we op de voorste stoelen bovenin konden gaan zitten. De route over de Panamarican higway was prachtig. Door de woestijn met grote  rotsen aan weerskanten van de weg. In Nazca aangekomen, werden we ongelofelijk belaagd door mensen voor hotels en excursies. We moesten ons een weg erdoorheen banen tot aan de overkant van de straat waar ons hotel was. Onze nieuwe reisleider kwam daar net de deur uit rennen. Na het inchecken zou hij na 10 minuten bij het zwembad zijn. Nadat we na een uur en de lunch nog steeds niemand hadden gezien, geloofden we dat niet meer. De middag brachten we relaxed door en ’s avonds aten we bij een leuk restaurantje met Toscaanse sfeer vlakbij het hotel. Op de terugweg liepen we langs een toeristenbureau waar onze gids bleek te staan. Hij hield ons aan en had nog wat gegevens nodig, bijvoorbeeld gewicht, wat hij heel voorzichtig aanpakte door me te vragen op een weegschaal te gaan staan. Die avond en nacht leek het wel alsof het Nieuwjaar was. Vuurwerk, getoeter en geschreeuw was duidelijk te horen, zodat ik er wakker van bleef tot ongeveer 2 uur ’s nachts.

Dag 7 Nazca – Arequipa
Om acht uur zouden we opgehaald worden voor de vlucht over de Nazca lijnen. Vanaf zeven uur was het ontbijt, dus dat zou haalbaar moeten zijn. Maar toen we om half 8 wilden ontbijten stond er nog niets en moest ik de ober achtervolgen om wat te kunnen eten voor we de lucht in gingen. Uiteindelijk bleek het gehaast niet nodig, want toen we op het vliegveldje aankwamen moesten we nog wachten tot het weer goed genoeg was om te vliegen. Na een film over de geschiedenis in de wachtruimte die vol stroomde met andere toeristen werden we rond half tien ineens opgejaagd om zo snel mogelijk het vliegtuigje in te gaan, een 6-persoons cesna, die werd ingedeeld volgens ons gewicht. Na allerlei veiligheidsregels gingen we de lucht in. De eerste figuur werd al meteen van twee kanten bekeken zodat hij twee hele scherpe bochten maakte en ik totaal geen idee had waar die horizon zich ook alweer bevond. Dat vond mijn lichaam niet zo leuk. Nog dertien figuren te gaan. Ik keek angstvallig of het kotszakje binnen handbereik was. De figuren kon ik allemaal spotten nadat ik bij de eerste na lang turen had gezien hoe groot ze ongeveer waren. Daar zat wel veel verschil in. De meesten waren uiteindelijk heel duidelijk te zien. Bijvoorbeeld de hond en de aap. Andere figuren waren meer losse lijnen. In het kale landschap was sowieso veel te zien. Ook allerlei lijnen en figuren die niet eens op het plaatje stonden. Na een half uur vlogen we eindelijk weer rechtuit en terug naar de vliegbasis. Ik ben nog nooit zo blij geweest om uit het vliegtuig te stappen en de grond onder mijn voeten te voelen. Geen kotszakje nodig gehad, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Bij het hotel konden we nog even bij het zwembad liggen, maar moesten daarna wel al uitchecken omdat het hotel vol zat.
Om drie uur  meldden we ons bij het excursiebureau, bij onze gids voor de excursie naar de mummiebegraafplaats. Hij leek zich op dat moment pas te realiseren, dat we er nog waren en pas na bellen en ruim een half uur kwam iemand ons oppikken. We gingen eerst langs bij een pottenbakker die heel ongeïnteresseerd zijn verhaal deed en niet bepaald blij was dat we daarna niets kochten (voor  die belachelijke prijzen). Daarna kwamen we bij een aftands huis in de achtertuin waar vier mensen op muziek op een grote steen aan het lopen waren om edelstenen te bewerken. Een man in een rolstoel legde aan de hand van miniaturen (zelfs poppetjes!) uit hoe goud- en edelstenenwinning en bewerking in zijn werk ging terwijl zijn vrouw hem assisteerde. Hij was niet helemaal tevreden met de manier waarop ze dat deed. We hoefden geen Spaans te verstaan om dit huwelijk te begrijpen. Ze waren blij dat ik met een hangertje (ook niet bepaald goedkoop) hun huis uit liep. Eindelijk gingen we naar de begraafplaats. Ik betaalde de entreekaartjes omdat de man van het reisbureautje had gezegd dat dat er niet bij in zat. Onze hele eerlijke gids gaf me het bedrag terug, omdat het included was. Het kan dus ook andersom. In tientallen graven in de grond konden we mummies aanschouwen van 1300 tot 2000 jaar oud. Van de eerste moesten we even schrikken, maar het wende algauw. Behalve de babymummie. Sommige mummies hadden zulk lang haar dat de strengen drie keer om hun lichaam  waren gedrapeerd. Het was in die tijd een statussymbool. Maar bepaald niet klitvrij… Aan het einde wilde de gids nog wat foto’s van ons voor de website. Geen idee wat voor.
Nadat we in hetzelfde restaurant als die dag ervoor gegeten hadden maakten we ons op voor de nachtbus. We hadden heerlijk brede leren stoelen, die bijna helemaal plat konden. Als er niet zoveel haarspelbochten en drempels waren en er niet telkens een piepje klonk omdat de chauffeur de maximum snelheid van 90 km/uur overschreed had ik vast fantastisch geslapen.

Dag 8 Arequipa
Bij het busstation werden we weer netjes opgewacht en naar het hotel gebracht. Dit was in een oud familie verblijf, tegen over het bekendste klooster van de stad. We namen snel een ontbijt en maakten vast even dankbaar gebruik van de bedden. Daarna konden we een beetje van de stad zien en lunchten we bij een hele blije serveerster, genaamd Carla. De mensen hier kwamen  nog aardiger over dan we al gewend waren. In deze plaats waren we voor het eerst van deze reis op aanzienlijke hoogte, 2700 meter. Dat was wel al te merken aan de kortademigheid.
Om twee uur nam een hele goede, enthousiaste en vrouwelijke gids, Heidi, ons mee op citytour. Ze liep alleen erg langzaam, waarschijnlijk door haar hakken. Ik gleed op mijn gymschoenen al een paar keer uit. We zagen mooie panden in het stralende zonnetje. Veel van de panden moesten elke keer na een aardbeving weer opgebouwd worden. Op het centrale plein werden we gevraagd om op de foto te gaan met lokale mensen ter promotie van het toerisme. Met een busje reden we naar een uitzichtpunt waar ze ons de namen van de 3 bergtoppen/vulkanen leerde en de plaatselijke agricultuur liet zien. Ze adviseerde ons de cocabladeren niet te eten, maar snoepjes en thee te nemen, wat we daar meteen konden kopen, terwijl ik werd lek gestoken door piepkleine mugjes (de eerste die we hadden gezien). We gingen naar nog een uitzichtpunt en liepen door wat leuke Spaanse straatjes. Bij het klooster namen we afscheid van Heidi en sloten we ons aan bij een andere groep (Belgen die nauwelijks Engels spraken en het voor elkaar vertaalden) en hun gids. We leerden dat de nonnen alleen hun bezoek mochten ontvangen vanachter een houten rooster. De tweede dochter van elk gezin werd op haar twaalfde naar het klooster gebracht en had vier jaar de tijd om te beslissen of ze er wilde blijven. Het klooster en de buitenruimte eromheen was prachtig gekleurd en er waren allemaal keienstraatjes en cellen. Tot 1870 had elke non  haar eigen cel, met keuken en met bedienden. Daarna besloot de paus dat ze samen moesten leven. Nu is nog steeds een deel van het klooster in gebruik. Eén beroemde non uit 1600 zou bijna tot heilige verklaard worden, omdat zij kon zweven en aan kastijden deed. Ze kon kanker genezen en op twee plekken tegelijkertijd zijn vertelde de gids zonder blikken of blozen.
De hoofdpijn van de hoogteziekte begon op te komen, aangezien we nu al heel wat uurtjes op 2300m zaten. ’s Avonds deden we het rustig aan, maar omdat alle leuke restaurants al vol waren, kwamen we terecht bij een heel klein tentje waar een hele enthousiaste serveerster ons continu vragen stelde in het Spaans, waar we maar een beetje van verstonden.

Dag 9 Arequipa
Omdat de dag vrij te besteden was, ontbeten we pas om half 10 in het zonnetje. We namen de tijd om wat souvenirtjes te kopen en door de stad te wandelen. De winkeltjes waren veelal hetzelfde, maar wel leuk. Op een terrasje, voorzien van een glas Inka cola (felgeel drankje) schreven we kaartjes voor thuis. Daarna deden we heel lang over het zoeken naar een lunchtentje, waar de bediening ook erg traag was. We bezochten twee traditionele huizen die als museum waren ingericht en liepen nog toevallig bij een fototentoonstelling binnen. Na wat relaxen bij het hotel en op tijd en lekker eten, was de dag alweer om.

Dag 10 Arequipa- Chivay
Om acht uur waren we uitgecheckt en klaar voor een lange rit/excursie door het Andesgebergte. Ruth kwam ons ophalen en zei dat er een klein probleempje  was. Het werd niet helemaal duidelijk wat het was, maar even later vertrokken we met twee Italianen en groep vrienden/familie met oorsprong in Singapore, het hooggebergte in. Ruth vertelde ons dat ze alles in het busje hadden om ons te helpen in noodgevallen en dat ze EHBO kende. Alles in verband met verwachte hoogteziekte. Een geruststellend idee? We stopten bij een winkeltje om veel water en coca snoepjes in te slaan. Ruth legde onderweg de verschillen uit tussen de vegetatie op 2500-3500m hoogte en daarboven waar we die dag ook zouden komen. Ruth sprak telkens over ‘nice biew’, het duurde even tot ik door had dat ze het over ‘view’ had en men in het Spaans de V als B uitspreekt en zij dus blijkbaar in het Engels ook. Ondertussen stopten we bij een prachtig stuk moerasland waar honderden alpaca’s en schapen stonden. Onderweg hadden we al de beschermde Vicuna’s gezien, maar dit was echt heel mooi. We konden meteen goed zien waar de verschillen in zaten, want dat had Ruth ons natuurlijk uitgebreid uitgelegd. Niet lang daarna hadden we onze echte eerste stop, waar we mooie foto’s konden maken van rotspartijen en de vulkaangebergten en een kopje coca thee konden nuttigen. De volgende stop was de hoogste. Op 4910m hoog stapten we op aanraden van Ruth heel voorzichtig uit het busje. Een aantal mensen waarbij de hoogteziekte al was aangeland,  bleef binnen. Met voorzichtige passen liep ik rond en bouwde een stapeltje stenen om een wens te doen. Echt veel te zien was er niet en het was ook vrij vlak, maar een bord herinnerde ons aan het feit dat we heel hoog waren. Het hijgen na een paar passen lopen ook. We mochten niet langer dan 10 minuten wegblijven, dus ik ging weer terug naar het busje. Ruth zei dat je aan je nagels kunt zien of je last hebt van de hoogte. Die van mij begonnen een beetje paars te kleuren, dus kreeg ik meteen een watje met alcohol om aan te snuiven. Dat was eindelijk best lekker. Na nog wat uitzichtpunten arriveerden we in Chivay op 3600m, waar we konden lunchen.
We checkten in het hotel in, waar ze ook zuurstof op de receptie hadden staan, naast de gebruikelijk liflafjes. De mensen waren heel aardig en spraken erg goed Engels. Dat leek gedurende de reis steeds beter te worden. Na onze mooie kamer te hebben bewonderd, met kachel en elektrische deken (goh, zou het hier koud worden?) waren we klaar voor de hotsprings. De plek was heel mooi, dus we hebben eigenlijk meer tijd aan foto’s maken besteed dan aan het dobberen in de hotsprings. Het begon al behoorlijk koud te worden.
Voor het diner konden we nog even relaxen en reden toen twee blokken met het busje mee naar het restaurant. Daar kregen we niet zo lekker eten en zaten vervolgens lang te wachten op de traditionele dans die zou komen. Na twee van de vier dansen (waarvan Marco er één deels mocht meedansen) waren gelukkig ook de andere gasten van onze groep het wel zat en gingen we terug naar het hotel, waar we afscheid namen van Ruth. Bij de open haard met een kopje coca thee warmden we ons op en raakten met twee groepsleden in gesprek over basketbal, Nederlanders in de NBA, weer eens wat anders dan voetbal. In een heerlijk warm bedje konden wij lekker lang slapen. De rest van de groep zou morgen al weer terugkeren naar Arequipa of doorreizen naar Puno.

Dag 11 Chivay
We bleven zo lang op bed liggen dat de receptie (wel na onze wekker) belde dat het ontbijt bijna afliep. We hadden een vrije dag en deden dan ook rustig aan om aan de hoogte te wennen. Na het ontbijt liepen we naar het centrum van het kleine stadje. Daarna maakten we een wandeling naar een uitzichtpunt. Ik voelde me net een bejaarde toen ik bergop na elke paar meter moest rusten. We liepen toch nog een eind verder, en vonden gelukkig ook weer een pad terug. We gingen even rusten bij een lokaal sportveldje en probeerden met een paar nieuwsgierige kindjes te praten, maar we verstonden elkaar niet zo goed. Er was een markt en wat winkeltjes, waar we naar hartenlust gebruik maakten van de goedkope leuke aanbiedingen en de onderhandelingsmogelijkheden. Een vrouw kon onze twee aankopen nogal slecht optellen en toen ging er nog wat van de prijs af, waardoor wij heel blij waren met de aankoop, maar zij (misschien onterecht achteraf) ook. Een marktvrouw hield voet bij stuk. Wij vroegen wat het zou kosten als we er twee namen; het dubbele, was haar antwoord. Ze hadden vaak alleen niet genoeg wisselgeld en renden daarvoor de straat op om ergens te wisselen. Gelukkig kwamen ze gewoon netjes terug gerend met ons geld, blij met de verkoop. Op de Plaza des Armas bleven we lekker in het zonnetje zitten rondkijken en stiekem leuke kindjes en dieren op de foto zetten. Bij het hotel werd speciaal voor ons de lunch buiten bij een zitje op het complex geserveerd. Hier hebben we ook lang zitten lezen in de zon, tot het rond vier uur al een stuk kouder werd. Met een wijntje erbij (eindelijk een lekkere, maar wel duur voor daar) gegeten in het restaurant voor we onze bedjes weer opzochten.

Dag 12 Chivay – Arequipa
Om 6 uur ‘s ochtends zaten we klaar bij de receptie. Pablo, onze nieuwe gids, was laat en bood om half 7 zijn verontschuldigingen aan. We stapten in het busje met een Australiër, Canadees en twee Britten en haalden de twee ons bekende Italianen ergens heel afgelegen op. Op weg naar de Colca Canyon maakten we een paar stops, net als vele andere busjes vol toeristen. Die bij een mooi uitzichtpunt was het leukst omdat we daar op de foto gingen met een jonge alpaca en traditioneel geklede vrouw. Haar zoontje kwam heel hard aanrennen toen hij het zag, want hij wilde ook op de foto. Ik nam van de gelegenheid gebruik om het aparte beestje te aaien. Ongelofelijk hoe zacht! We mochten hem helaas niet meenemen. 1 sol is ook wel erg weinig voor een foto maken en beest meenemen. We reden door een enge tunnel zonder verlichting en met heel veel stof. Ik denk niet dat de chauffeur meer zag dan ik en het was geen tweebaans-tunnel, maar wel een tweebaansweg aan beiden zijden van de tunnel. Gelukkig sloegen we een paar stops over om op de terugweg te doen, zodat we nog redelijk op tijd bij de canyon aankwamen, waar toch al wel een honderdtal mensen stonden. We hadden mazzel. We konden een stuk of acht condors door de canyon zien vliegen. Ook zaten er drie te poseren op een rots. Het aantal mensen dat er was, was ietsje meer en werden ook steeds meer. Het bleek niet geheel toevallig dat er juist op die plek veel condors te zien waren, want er werden elke dag kadavers in het ravijn gegooid om ze daar te houden. Helemaal niet toeristisch ofzo. We maakten een kleine wandeling langs de canyon en konden nog allerlei mooi uitzichtpunten zien. De canyon was mooi en de vogels indrukwekkend, maar het plaatje samen was uniek. Op de terugweg hadden we nog een stop bij een heel toeristisch plaatsje. Er waren meer kraampjes dan andere gebouwen. Lokale mensen liepen met een valk om mee op de foto te gaan. De gids raadde dit af omdat het illegaal was. Lokale mensen schenen te zeggen dat de valken als baby’s uit de boom vielen en zij ze daarom hadden. Natuurlijk. Terug in Chivay kregen we een lunch en stapten toen in het busje terug naar Arequipa. Dat zou drie-en-een-half uur moeten duren, maar wij deden er viereneenhalf uur over omdat onze chauffeur het heel belangrijk vond dat hij niet te hard ging en hij hield ook niet zo van inhalen. Met een stijve kont van het zitten, checkten we weer in, in het hotel. Inpakken (de meeste spullen hadden we in Arequipa achtergelaten), eten en vroeg naar bed was weer eens het programma voor de avond.

Dag 13 Arequipa – Cusco
De wekker ging om 4.45 uur. We namen snel een klein ontbijt want onze chauffeur stond al klaar. Op het vliegveld werd uitgebreid in onze bagage gewroet, maar we konden snel verder. In het vliegtuig duurde de instructie van de stewardess bijna langer dan de vlucht.
Bij het inchecken in het hotel wisselden we de kamer om, omdat het vlak langs een drukke weg lag en heel klein was. Voor Machu Picchu was goed slapen belangrijk. De eerste indruk van Cusco was dat mensen slechter Engels spraken en minder aardig waren.
We liepen na een kort slaapje naar Plaza des Armas om te lunchen. Op een bankje werd ik ontelbaar vaak aangesproken voor excursies of schoenenpoetsen en om iets te kopen. Even rustig zitten was er niet bij. Uiteindelijk namen we een sightseeing bus die eerste drie rondjes rond het plein reed om aan alle kanten mensen te proberen te ronselen. De zon ging weg en met alleen een shirt en een vest was het erg koud. Onderweg gingen we langs vele van de zestien kerken die Cusco telt en hoorden we diverse verhalen over de stad. Helemaal bovenop de bergtop (die we gelukkig niet meer hoefden te beklimmen) was er een mooi uitzicht over de stad, een belangrijke Inca ruïne (die klonk als sexy woman als je het uitsprak en daarom ook vaak in de mond werd genomen) en een Jezus beeld die me aan een ander Zuid-Amerikaans land deed denken. Op de terugweg begon het te regenen, wij waren als eerste beneden in de open bus.
Na wat souvenirtjes kopen en een heerlijke kop thee met taart waren we net op tijd terug in het hotel om de losbarstende regen te missen. Er was een hoop gedoe met de briefing voor de volgende dag Incatrail lopen, maar uiteindelijk om 7 uur kwam er iemand voor langs en konden we na een lekkere pasta vroeg gaan slapen.

Dag 14 Cusco – Aguas Calientes
De nacht was dramatisch. We sliepen naast de taxistandplaats tijdens een drukke uitgaansnacht. Het leek wel oorlog of rellen. Geschreeuw, toeterende auto’s, sirenes en onze wekker ging om ongeveer vier uur. Zelfs de oordopjes die ik had ingedaan hielpen niet. Gebroken na maar een paar uurtjes slaap werden we in een normale auto opgepropt naast twee potige Polen. De hele reis hadden we privé vervoer gehad met zijn tweeën in een busje, maar nu we twee uur naar het treinstation moesten rijden, was het iets minder comfortabel. Van bijslapen in de auto kwam dus ook niets.
Maar dat mocht de pret niet drukken want de trein was erg mooi, met grote ramen, zelfs aan de bovenkant. Pas later snapte ik waarom. De rotsen en bergen waar we tussendoor reden waren zo steil en hoog, dat het mooiste uitzicht bijna boven je was. De plaats indeling was wel wat raar. We hadden allebei een stoel aan het raam maar dan aan verschillende zijden van de trein, terwijl de plek naast me vrij bleef. Ruilen met een andere passagier dus maar. Na ruim een uur stopte de trein ineens in the middle of nowhere en werden de mensen die de eendaagse wandeltocht gingen doen eruit gegooid. We sprongen letterlijk uit de trein naast het spoor. De gids Alex wachtte ons zwaaiend op en deed meteen een fotomoment bij de 104km paal. Na een plasje en insmeren met zowel deet als zonnebrand gingen we op weg. De eerste Inca ruïne was al een paar honderd meter verder. Daarna ging het redelijk bergop, het duurde niet lang voor ik begon te hijgen en zweten. Dat wordt nog wat, dacht ik. Maar na de eerste keer een paar minuten stoppen en uitleg van Alex (So, my friends…), ging het lopen veel beter en sloegen we zelfs een rustplek over. We konden de Inca ruïne Wina wayna al zien liggen op de berg tegenover ons. Na een paar watervallen bereikten we die na ongeveer drie uur wandelen en waren we ongeveer 600 meter gestegen.
Hier konden we lunchen en mooie foto’s maken van het prachtige uitzicht over de vallei. In twee fases klommen we de ruïne op, die bestond uit heel veel terrassen. Bovenaan gingen we zitten en vertelde Alex alles over de Inca’s terwijl hij werd lek gestoken door muggen. Eindelijk iemand die de muggen van mij afleidt in plaats van andersom! Even later liepen we langs de camping, waar de meerdaagse wandelaars hun laatste stop hebben. Ik was niet jaloers op ze. Vanaf hier was het de echte officiële Inca trail. Toch best bijzonder. De wandeling werd makkelijker omdat rustig dalen en stijgen werd afgewisseld. Het tempo dat hij liep (en telkens controleerde door te vragen aan ons) was voor mij perfect en we konden gezellig kletsen en allerlei vragen stellen. Alex hield wel van een grapje en lachte dan op een hele aparte manier, waardoor wij ook erg vrolijk werden. Na een stop waarbij we bijna door onze voorraad water en eten raakten, moesten we een steile trap op die door de gidsen ‘gringokiller’ werd genoemd. Alex doopte hem om tot ‘Netherlandskiller’, maar wij lieten ons niet kennen en klauterden in rap tempo naar boven. Het laatste stuk naar de beroemde zonnetempel was ook een trap, maar de beloning daarboven was het zwoegen meer dan waard. Ik liep het hoekje bij een zware pilaar om en zag het meteen; Daar in de verte lag Machu Picchu! Ik werd er stil van en keek gefascineerd naar wat ik al zo vaak op plaatjes had gezien, maar nu met eigen ogen zag. De ligging was ook zo mooi tussen de steile groene bergen. We hadden er heel veel van verwacht, maar om het echt te zien was boven verwachting mooi en magisch. We namen de tijd om ervan te genieten, maar hielden ook de regenwolken in het dal in de gaten. Om bij Machu Picchu te komen moesten we nog veertig minuten dalen. Het zicht op de Inca ruïne werd steeds mooier en duidelijker en we stopten dus regelmatig voor weer een paar foto’s. Ondertussen was het bijna sluitingstijd dus konden we Machu Picchu bijna leeg aanschouwen en (met ons) op de foto zetten. Ook de lama’s moesten er natuurlijk even op. Die leven op die plek eigenlijk niet eens, maar toch een leuk gezicht.
Om ongeveer vijf uur stapten we uit de bus bij het hotel. De kamer was heel mooi en groot en we maakten dankbaar gebruik van het bad. We sliepen heerlijk bij het geluid van de kolkende rivier door het dal.

Dag 15 Aguas Calientes – Cusco
Om 8 uur stopte de bus naar Machu Picchu weer voor de deur van ons hotel met Alex achterin. Bij de entree was het een drukte van jewelste en het kostte Alex enige moeite om ons soepel naar binnen te krijgen. We kregen een rondleiding van bijna drie uur. Helaas was het net een mierenhoop dus konden we soms de onderdelen waar Alex over vertelde, pas zien na even wachten. Hij wist alles en we konden hem alles vragen. Hij vertelde dat hij Robin van Persie hier had rondgeleid. Wij stonken meteen in zijn grap. Bij de zonneklok was het helemaal heel druk, maar dat was normaal voor het laagseizoen! Het drie treden trapje dat je overal zag terugkomen had een speciale betekenis. Soms zag je er één, maar vaak ook twee, drie of vier. Het was voor de Inca’s ook een gedragscode, want de treden stonden voor; niet liegen, niet lui zijn en niet stelen. Na de rondleiding hebben we nog even zelf rondgekeken en foto’s gemaakt. Daarna namen we de bus en hadden een lunch met Alex waarbij we een review moesten schrijven. Ondertussen praatten we over voetbal. We gaven Alex een riante fooi, maar hij leek niet blij of een beetje ongemakkelijk, waardoor wij ons afvroegen of we iets verkeerds hadden gedaan. Daarna namen we op het station afscheid met een knuffel, wij hadden de toeristentrein, Alex de lokale. We konden genieten van de mooie reis terug, maar het was lastig mijn ogen open te houden. Bij Ollyantambo stapten we weer uit en zaten dit keer in een gigantische bus met maar acht personen. In Cusco aangekomen konden we gelukkig een andere kamer krijgen in het hotel aan de binnenplaats. We aten laat bij een organisch Restaurant en lieten onze vermoeide benen (veel minder moe dan verwacht en geen spierpijn!) rusten in bed.

Dag 16 Cusco
Die ochtend zouden we opgehaald worden voor de excursie naar de Heilige Vallei. In de receptie liep na twintig minuten een vrouw zoekend rond, de twee gringo’s op de bank negerend. Ze riep wat onverstaanbaars. We spraken haar aan en toen bleek ze op zoek te zijn naar ‘Van Der’, tja zo kun je me ook noemen. In een krakkemikkig busje, gingen we gelukkig niet op pad, maar naar een verzamelpunt waar ‘van der’ weer met iemand anders mee mocht in een veel nieuwer busje waar wat Amerikanen, Australiërs en een Duitse in zaten. De eerste stop was bij een klein, zeer toeristisch marktje waar we verbazingwekkend genoeg niets kochten. De tweede stop was een uitzichtpunt over de heilige vallei. Natuurlijk waren hier ook weer toeristenkraampjes. De derde stop was bij de Inca ruïne van Pisac (natuurlijk ook weer kraampjes bij de ingang). Onze gids (toevallig nog een Alex) vertelde over de citadel en daarna konden we zelf de rest bekijken en de intensieve klim maken. Er was niet genoeg tijd om alles rustig te zien, maar we kregen een goede indruk en het uitzicht op de vallei was prachtig. De vierde stop was de markt van Pisac. Dat scheen een beroemde te zijn, maar het waren eigenlijk heel veel toeristenkraampjes bij elkaar. Hier hebben we redelijk wat gekocht en afgedongen tot het weer tijd was om de bus in te stappen. De lunch was alleen voor ons bij een andere plek geboekt; een haciënda met een zeer luxe buffet waarvan ik voornamelijk van de toetjes genoot. En ook hier hadden ze weer…. kraampjes. Na een rit kwamen we bij de ruïne van Ollyatambo aan. Het was een zware klim, voornamelijk door de hoogte van 3800m, om alles te zien, maar Alex leidde ons in kleine stappen. Onderweg moest toch de oudste persoon uit ons busje afhaken. We kregen wat vrije tijd, maar dat was eigenlijk te kort om alles van de ruïne te kunnen zien, wat jammer was, want het was erg mooi. Vooral de ‘gezicht’ rots en de koelkasten (bouwwerken waar veel koude wind door kwam, zodat de etenswaren vers bleven) aan de overkant van de berg waren interessant. De laatste stop was op de terugweg en ook erg hoog aan mijn ademhaling te merken. Het was een kerk, gebouwd op een Inca ruïne. Van binnen was elk vrij plekje schitterend gedecoreerd. De kerk zag er magisch uit in de ondergaande zon. Op de terugweg stapte een student in het busje. Hij scheen Engels te praten, maar ik volgde niets van wat uit zijn mond kwam. Hij had een laptop op zijn schouder en ging foto’s laten zien en filmpjes, die hij telkens afkapte. Ik snapte de bedoeling niet helemaal, maar uiteindelijk bleek hij dvd’s te verkopen met foto’s en filmpjes van Peru. Niemand kocht ze. We zijn hier juist om die zelf te zien en te maken, dacht ik. In een hippe tent aten we tapas en dronken we eindelijk weer goede wijn. Als afsluiter namen we nog een pisco cocktail in de bar die ‘Pisco museum’ heette.

Dag 17 Cusco
We werden wakker met Cello muziek, geen idee waar dat vandaan kwam. We hadden een vrije dag, wat maar goed ook was, want ik was niet bepaald fit. We bezochten de kathedraal van Cusco. Deze was geweldig groot en stond vol met de meest luxe gouden altaren. Daarna gingen we naar een Inca museum waar ik voor de ingang met een ‘echte’ Inca op de foto ging. Na wat wandelen door een andere wijk, gingen we lunchen en nog wat souvenirs kopen na succesvol afdingen.

Dag 18 Cusco – Puerto Maldonado/Jungle
We konden heerlijk uitslapen tot kwart over zeven. Voor de oppikservice was ik nu gewoon Krista. Op het vliegveld ging het allemaal lekker snel en na veertig minuten vliegen stapten we uit en namen de klap in ons gezicht in ontvangst. Het was behoorlijk warmer en vochtiger. Daarom had de bus waarmee we verder werden gebracht ook geen ramen nodig. We gingen eerst, samen met een Franssprekend stel, naar het kantoor van de reisorganisatie en daar een rondje over een echte markt lopen. Zo konden we nog wat inslaan voor de jungle, waaronder gesuikerde kastanjes. Nadat de bus ons bij het water had afgezet, konden we verder met een lange boot. We voeren dwars door een flinke regenbui heen en werden drooggehouden door een groot zeil die we voor ons hielden. Daarvoor zat een tassendrager lekker in de nattigheid. We kwamen aan bij een idyllische plek met allemaal houten huisjes op palen. Na de lunch en wat uitleg werden we naar ons huisje gebracht; ’Tarantula’. Geen nummers maar namen. De ventilator aanzetten had geen zin, want elektra was er alleen ’s avonds. We konden even bijkomen. Eind van de middag gingen we op onze laarzen door de jungle naar een kaaimannenmeer. We bleken nu echt met de Fransen in een ‘groep’ te zitten. De man had in het ziekenhuis gelegen door de hoogteziekte en ook nu kwam hij maar moeizaam door de jungle, terwijl we vlak boven zeeniveau zaten. Bij het meertje legde de gids (Elmer) wat kip neer op een plankje en het duurde niet lang voor er twee kaaimannen aan begonnen te sleuren. Er lagen er nog veel meer in het water. Helaas kwam er nog een andere groep met Russen, die nogal lawaai maakten. Door de blubber wandelden we weer terug en zagen nog wat vogels. We waren net op tijd om met een Cusquena in de gemeenschappelijke hangmatten te genieten van de zonsondergang. Na een koude douche (het was nog steeds erg warm) namen we plaats voor het diner. De Fransen schoven snel een plaatsje op. Wie wil er nu naast ons zitten? Het drie gangendiner werd in sneltrein vaart voor ons neus gezet. David, die praatte als een verlegen twaalfjarige, onze gids voor de volgende dag kwam bij onze tafel om de volgende excursie uit te leggen. Onze snacks moesten we opbergen in de bakken bij de receptie i.v.m. insecten en dieren. Hij bood ons ook nog voor die avond een excursie met kaaimannen aan, maar we dachten dat het een grap was. Die avond was er onweer en joelende Russen (met hallucinerende drankjes?). Ik kon er niet van slapen. Ineens hoorde ik gestommel op het trapje voor ons huisje. Ik deed mijn zaklantaarn aan en toen verscheen een gezicht voor het gaas (het hele huisje was bekleed met hout en gaas, maar genoeg muggen aan de binnenzijde). Ik scheen hem vol in zijn gezicht en riep dat hij moest oprotten. Het duurde lang voor ik in slaap viel en het was een zeer klamme nacht.

Dag 19 Puerto Maldonado/Jungle
We dachten dat we wel wakker zouden worden van de brulapen op het resort, maar die hielden zich stil. Het was wel vroeg licht, dus ook vroeg uit de veren. Helemaal ingesmeerd met muggenspul en zonnebrand en in de laarzen stonden we klaar voor de tocht. Twee uur later hadden we nog maar twee kilometer gelopen. David wilde elke vijftig meter wat laten zien. Heel interessant, maar helaas voornamelijk planten en insecten. Wij hoopten natuurlijk op een jaguar, waar we wel poep van tegenkwamen. We zagen hele grote en aparte bomen en een tarantula die na lang met een stokje poeren, uit zijn holletje kwam. Het vestje dat ik uit had gedaan omdat het al om negen uur aanvoelde als een sauna, deed ik toch maar weer aan voor de muggen. Die hadden namelijk schijt aan mijn muggenspul. David waarschuwde ons voor bepaalde stekelige planten, maar demonstreerde toen zelf even wat het effect was op zijn hand. We kwamen bij een meertje gelegen tussen het prachtige groen. Tijdens het rondje varen kwamen we mooie vogels tegen en een kaaiman. Daarna beklommen we een toren naast het meer, dat een prachtig uitzicht gaf. De terugweg liepen we sneller en het zweet liep door m’n bilnaad. Met een paar stops liet David nog wat zien, waaronder de penisboom en overhoorde ons soms over hoe bepaalde bomen heetten. Bij terugkomst op het park waren mijn benen erg moe en rustten we uit in de hangmat. We konden rustig lunchen en even zwemmen in het overdekte zwembad, terwijl de regen losbarstte. Ook vlak voor onze excursie naar Monkey-island regende het, maar met poncho’s aan gingen we toch op pad. In een bootje waren we zo aan de overkant en liepen we over het wad naar het eilandje. Daar werd een monkey-buffet neergelegd. Twee bruine kapucijnen- aapjes pakten bananen uit onze hand. We waren vast niet de eerste toeristen die ze zagen. Op de terugweg naar het bootje lieten drie spidermonkeys zich zien en deden zich te goed aan onze bananen. De zonsondergang zette in en was prachtig te zien vanaf het wad. David gaf ons zijn machette die hij de hele dag al trouw had gebruikt om ons door de jungle te hakken. Daar konden we een paar leuke foto’s mee maken. Die avond lachten de muggen me weer uit over mijn muggenspul en prikten er dwars door heen. Er waren nog weinig gasten dus aten we maar met een stuk of tien mensen. David kwam weer onze excursie uitleggen voor de volgende dag. Dat zou tien kilometer hiken door de jungle en vier kilometer roeien zijn. Aangezien wij al bekaf waren van de totaal 4km lopen en morgen onze laatste dag zou zijn, vroegen we naar een alternatief. Vissen op piranha’s kon ook en daar kozen we voor tot teleurstelling van David. De Fransen kozen voor de tocht, wat we erg vreemd vonden, omdat de man die ochtend i.v.m. fitheid al niet mee was geweest. Wilden ze zo graag niet met ons op pad?

Dag 20 Puerto Maldonado/Jungle
Voor zover dat kon hebben we uitgeslapen, want het voordeel van de vis excursie was dat die pas om 9.00 begon i.p.v. 6.00. Helaas hadden de Fransen toch ook voor vissen gekozen en zo gingen we met zijn vijven met de boot op pad. De tocht over de rivier was erg leuk. Lekker zonnetje, wind door mijn haren en langs de rivierbedding zagen we heel veel schildpadden, kaaimannen en vogels. Bij een aftakking van de rivier stopte de boot in de schaduw en kregen we een stok met een vislijntje waar aan het haakje een stukje vlees werd geprikt. Piranha’s zijn tenslotte vleeseters. Al snel voelde ik getrek aan mijn lijn, maar ik kon proberen te halen wat ik wilde, er bleef geen vis aan mijn haakje hangen. Elmer had meer geluk (of ervaring?), hij ving de drie verschillende kleuren Piranha’s en een grote vis die familie ervan is. Deze bewaarde hij levend in een doos, die af en toe ineens bewoog en de rust verstoorde. Hoewel de corpulente Fransman, die achter in de boot heen en weer liep en kletste met zijn vrouw die niet eens ging vissen, het niet echt rustig maakte. Ontelbare keren heb ik geprobeerd een vis uit het water te trekken, maar ze aten alleen maar mijn vlees op, verder niets. De vissen hadden in ieder geval een lekker hapje gehad.
Op de terugweg gingen we bij een lokale familie kijken. Ze droegen kleding van boomschors en leefden heel primitief. Alleen de rest van de familie die we achter de bosjes zagen, had wel hele moderne kleding aan. Maar het was best interessant om te zien hoe ze koken en leven. Bij het resort hadden we nog lekker de tijd om te dutten en lezen in de hangmatten en de dieren op het park te bekijken. Om 4 uur gingen we naar de botanische tuinen, die David ons als extraatje liet zien. Het was op het park zelf. Eerst zagen we een grote groep kleine aapjes, die zo snel waren dat we ze niet op de foto kregen. Daarna liet David ons met tig keer roepen: ‘Come here, friends’ allerlei planten en bomen zien die zonder uitzondering goed voor je zijn (maag, hoofdpijn, stoelgang etc.). We moesten aan alles ruiken : ginger, knoflook en kregen ‘jungle lipstick’ op ons hand. Hij deed nog een goocheltruc met een blaadje en smeerde een litteken in met ‘bloed’ uit een boom. Ook planten voor hallucineerde werking die ook door toeristen werd gebruikt en de viagraplant kwam aan bod. Er waren zelfs planten die tegen aids en kanker hielpen. ‘You know aids?’ vroeg David. Verbaasd knikten we. We vroegen of het veel voorkwam in Peru. Hij antwoordde dat het in Lima veel voorkwam, maar in Cusco niet. Waarop wij natuurlijk wilde weten waarom. David werd ineens nog verlegener en durfde niet goed te vertellen dat het kwam omdat het te koud was in Cusco voor prostitutie. Op de terugweg liepen we langs een potje voetbal met alle medewerkers waar David bij aanhaakte. Toen pas viel me op dat er helemaal geen vrouwen werkten op het resort. Onder de geluiden van de druppelvogel (klinkt als een druppel die valt in het water) pakten we voor de laatste keer onze spullen in en gingen eten. Na het diner bleven we nog even in het hoofdgebouw en spraken met David. Hij vertelde dat hij al vier jaar daar werkte en op zoek was naar wat anders. Hij wilde werken als coördinerende gids, wat wij hem nog niet echt zagen doen. We bedankten hem voor alles en doken de laatste nacht in.

Dag 21/22 Puerto Maldonado/Jungle – Lima – Amsterdam
De laarzen konden weer weg en na het ontbijt bij het uitchecken kwamen we erachter dat we onze drankjes van de laatste vier dagen niet met creditcard konden betalen. Op het vasteland moesten we pinnen. Elmer bracht ons met een aantal andere gasten door een boottocht van twee uur naar het vasteland, naar het kantoor en toen naar de luchthaven. De eerste vlucht was kort en ging via Cusco naar Lima. Daar gingen we uitgebreid lunchen en het inchecken duurde heel erg lang, zodat we het grootste deel van de vijf uur overstaptijd al hadden benut. Onze laatste centjes opmaken was nog best lastig, want alles op het vliegveld was ineens zo duur, dat we er bijna niets leuks voor konden kopen. Na een snack en eten probeerden we te slapen. Midden in de nacht werden we wakker van turbulentie. Het vliegtuig bleef ongeveer een half uur heen en weer schudden, wat de nachtrust niet bevorderde. Even later werd er omgeroepen of er een dokter in het vliegtuig aanwezig was, wat me niet bepaald geruststelde. Gelukkig kon ik later nog wel wat verder slapen en na een filmpje en ontbijt in de ochtend landden we veilig in Amsterdam, waar we opgepikt werden en weer moesten wennen aan de temperatuur en het verkeer in Nederland en konden vertellen over deze fantastische reis.